Drentschen

“Geef het volk brood en spelen.”

Geen populatie is compleet zonder hun eigen tijdsverdrijf, zo heeft ook de Gerstenatix zijn plezier in het grof omver hakken van de tegenstander, onder het genot van pils. Deze sport (géén spel!) wordt al jaren met plezier beoefend door onze leden, en is berucht onder de algemene leden van A.A.S.R. Skøll. Wilt u inspiratie opdoen? Kijk dan niet verder.

Aan de basis van Drentschen staan vier regels, die de sport definiëren.

Regel 1: Drentschen is een sport, geen spel.

Regel 2: Drentschen is een sport, géén spel.

Regel 3: Drentschen wordt alleen op blote voeten beoefend.

Regel 4: De scheidsrechter heeft ALTIJD gelijk.

De sport wordt beoefend in een zeshoekig veld, met in beiden punten een punter en daarachter een kratje. Als bal gebruiken we deze, de punter. Deze mag verplaatst worden door middel van slaan, schoppen en schuiven, maar mag nooit worden gegooid Het doel van de sport is om het kratje van de tegenstander als eerste leeg te hakken.

In de eerste plaats worden hakken verdiend door met de punter in de punter te punteren. Punteren houdt in dat een de speler de punter in de lucht vangt, en vervolgens met als eerst de punter in de punter landt. Wanneer een speler op de zij of op de rug landt, kan de punter worden afgekeurd.

Daarnaast kunnen hakken worden verdiend wanneer de scheidsrechter vindt dat spelers fouten maken. De scheidsrechter kiest dan een speler van het andere team om een strafhak uit te voeren.

Hakken houdt in dat een speler of een team bier mogen adten uit het kratje van de tegenstander (degene het dichtste bij de punter). Dit moet echter wel op de juiste manier gebeuren: De speler die mogen hakken, openen eerst zelf hun biertje op de rand van het krat, hierna zet de speler de rechtervoet op het krat en plaatst de linkerhand in de broek. Dan mag er geadt worden. Bij jankverval geeft de scheidsrechter een passende straf. Bij een punter mag het hele team 12 seconden lang hakken, na 4 seconden en als er nog 4 seconden over zijn wordt er een seintje gegeven door de scheidsrechter zodat de spelers op tijd terug kunnen zijn voor de verdediging.

Bij een strafhak beslist de scheidsrechter hoe lang er ge-hakt wordt.

Overige regels:

Regel 5: Start: alle spelers één voet in de punter, waarna de punter in het spel wordt gegooid.

Regel 6: Niet door de punter heen lopen.

Regel 7: Altijd uitnemen vanaf de middenlijn, door middel van schuiven. Vernieling van het veld leidt tot strafhakken.

Regel 8: Een speler mag de punter hooghouden, mits er alleen geslagen of geschopt wordt.

Regel 9: Bek houden. (belangrijk)